Sep

En een jongetje dat nog peuterbeentjes heeft, maar praat alsof het groot is. Zorgeloos en toch attent. Dat door één oog de wereld aanschouwt en verbanden legt die het later helaas zal moeten herzien. Dat úrenlang uitgelaten naar voorbijvarende boten wil kijken en ondertussen een traantje wegpinkt omdat het zijn locomotief en zijn wagonnetjes van thuis zo mist. Zonder hem zou ons reisgezelschap verre van compleet zijn.

Jits

Een kind dat staat te dansen en actie verlangt, op élk moment behalve ’s nachts. Dat de wereld wil begrijpen en daar gezwind duizend niet-altijd-beantwoordbare vragen over stelt, maar dat dan toch plots stil wordt in een oud houten kerkje. Daar ben ik óók mee op reis.

Hasse & Koen

Zo’n kind en haar vader, die pas tot rust komen als ze stenen kunnen zoeken op het strand. Die zich met fonkelende ogen terug naar het strand draaien als hun steen na drie keer ketsen in de zee is verdwenen. Daar ben ík mee op reis.

Schrijven zullen we.

“Vanaf wanneer mag ik mijn haar in een andere kleur verven, mama?”, vraagt ze.
“Welke kleur wil je?”, stel ik het antwoord nog even uit.
“Rood. Heel graag.” Ze weet het zeker.
“Nog veertien jaar wachten”, zeg ik. Ze denkt dat op haar achttiende verjaardag de poorten van de hemel zullen opengaan en ik laat haar in de waan. Ze zucht, maar gaat verder spelen.

“Mama, wil jij met mij kapper spelen? Jij bent de kapper en je verft mijn haar alsof rood.”
Ik stem toe. Ze zit met haar rug naar me toe op een laag stoeltje terwijl ik in de zetel zit. Dat is onze standaardpositie voor levensbeschouwelijke gesprekken, de laatste tijd.
“Weet je wat ik later eigenlijk echt wil worden?”
Ik wriemel wat door haar haar.
“Boekenschrijfster. In Engeland.” Ze wacht mijn reactie af.
“Waw! Leuk!”, roep ik.
“Met rood haar”, voegt ze er ernstig aan toe.
“Waar in Engeland?”
“Het liefst in de natuur. En het liefst eigenlijk in een tent.”
Ik wriemel verder en weet niet goed wat ik wil zeggen.
“Is het veilig in Engeland, mama?”
“Ja, zeker”, zeg ik. Ik zie het al voor mij.
Ik op een heuvel en zij op de heuvel naast mij. Allebei in onze tent. Rood en blond. En schrijven zullen we.